Advocaat-stage

1. Algemeen

Iedere advocaat in Nederland is in beginsel verplicht gedurende de eerste drie jaar waarin hij als zodanig staat ingeschreven de praktijk uit te oefenen als advocaat-stagiaire onder begeleiding van een andere advocaat (zijn patroon) en bij deze kantoor te houden. Deze periode staat bekend als de advocaat-stage. Gedurende de advocaat-stage dienen stagiaires een bepaalde hoeveelheid kennis en ervaring op te doen.

Stagiaires die 3 jaar ná de beëdigingsdatum niet beschikken over het certificaat van de beroepsopleiding én de stageverklaring, worden met ingang van 1 januari 2015 van het tableau geschrapt. Indien een advocaat-stagiaire na verloop van zijn eerste drie jaar naar de mening van de Amsterdamse advocatenorde nog niet over voldoende kennis en ervaring beschikt, kan de Amsterdamse advocatenorde de duur van de advocaat-stage met zes maanden verlengen. Het is dus zaak om ervoor te zorgen tijdig over de vereiste kennis en ervaring te beschikken. De vereiste kennis en ervaring waarover een advocaat-stagiaire dient te beschikken verschilt naar gelang de beëdigingsdatum van de advocaat-stagiaire.

 

2. Welke opleidingsmaatregel of Stagebesluit is op mij van toepassing?

Welke Opleidingsmaatregel op van toepassing is, hangt af van de beëdigingsdatum.

De verschillende regelgeving is ook te vinden op https://www.advocatenorde-amsterdam.nl/2352/opleidingsmaatregelen-en-stagebesluit.

 

3. Opleidingscriteria

 Een Amsterdamse advocaat-stagiaire beschikt over de vereiste kennis en ervaring indien hij voldoet aan de volgende criteria:

  • hij beschikt over het certificaat beroepsopleiding;
  • hij heeft (ten minste) twee lezingen georganiseerd door de Jonge Balie bijgewoond (één PO-punt per lezing);
  • hij heeft zes PO-punten verdiend door het volgen van nog meer lezingen georganiseerd door de Jonge Balie of ander(e) onderwijs/PO-cursussen. Deze punten moeten worden behaald bij een andere onderwijsinstelling dan het kantoor waar de stagiaire werkzaam is. Deze punten kunnen ook worden behaald door het geven van onderwijs of door middel van (een) publicatie(s) van een juridisch artikel in de rechtsliteratuur;
  • hij heeft met succes deelgenomen aan de pleitoefening of de jaarlijkse pleitwedstrijd georganiseerd door de Jonge Balie;
  • hij heeft het seminar van Justitia bijgewoond in het eerste jaar van de advocaat-stage (tenzij toestemming is verleend Justitia op een later moment in de stage bij te wonen);
  • hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één pleidooi of mondelinge behandeling bijgewoond;
  • hij heeft tien processtukken vervaardigd;
  • hij heeft op twee van de drie leerlijnen van de nieuwe beroepsopleiding ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere rechtsgebieden binnen een hoofdrichting;
  • de raad van de orde, gehoord de patroon en de advocaat-stagiaire, oordeelt dat de advocaat-stagiaire over voldoende praktijkervaring beschikt.

 

4. Welke proceservaring is puntwaardig?

Mondelinge punten

Uitgangspunt is dat alleen een procedure op tegenspraak meetelt als optreden in rechte. Ook een optreden voor een Europese Commissie, in arbitrages, bij de NMA, in bezwaar- of beroepschriftprocedures bij een overheidsinstantie, en vergelijkbare instanties, kan meetellen als optreden in rechte.

Een optreden in mediation mag éénmaal meetellen als optreden in rechte.

Voorbeelden van zittingen die niet meetellen:

– faillissementszitting

– verificatie zitting in faillissement

– Wet-Mulder zittingen

– Pro forma zitting strafrecht

– strafrechtelijk/FIOD verhoor

NB: hoorzitting in het bestuursrecht en civiele getuigenverhoren tellen wel mee

– descente

– zitting Raad van Discipline/Hof van Discipline , zelf beklaagde

Voor al deze handelingen geldt “nee, tenzij”. Indien aantoonbaar, bijvoorbeeld door een proces-verbaal, tijdens de pro forma zitting of descente wel een inhoudelijk juridische kwestie is besproken, kan eventueel een dergelijke zitting wel meetellen. De stagiaire moet een extra motivering geven.

De huis-, tuin- en keuken zaken die elke burger zelf doet, tellen niet mee.

 

Processtukken

Een goede richtlijn om te beoordelen of een processtuk (of optreden in rechte) kan meetellen voor de proceservaring is of daarvoor een juridische opleiding nodig is. Bij een akte overlegging producties is dat bijvoorbeeld niet het geval. De processtukken moeten juridisch inhoudelijk ergens over gaan.

De stagiaire heeft 10 processtukken vervaardigd, waarvan tenminste 5 op eigen naam. Indien de stagiaire niet volledig zelf het processtuk heeft vervaardigd, moet hij aantoonbaar een aanzienlijk aandeel daarin gehad hebben en moet het een omvangrijke/ingewikkelde aangelegenheid betreffen. De advocaat wiens naam op het processtuk staat vermeld, dient schriftelijk te verklaren dat de stagiaire het processtuk of een aanzienlijk deel daarvan heeft gemaakt.

Aangezien een pleitnotitie inhoudelijk dezelfde materie omvat als het pleidooi is het niet mogelijk om beide te laten meetellen voor de proceservaring. Indien het om dezelfde zaak gaat kan worden gekozen om de pleitnotitie als processtuk te laten meetellen of het optreden in rechte.

Voorbeelden van processtukken die niet meetellen:

– faillissementsrekest

– verzoekschrift teboekstelling luchtvaartuig

– beroepschrift curatorium beroepsopleiding ( voor stagiaire zelf noch een ander)

– bezwaarschrift parkeerboete/snelheidsovertreding/ Wet-Mulder zaken

– appeldagvaarding zonder grieven

– Akte overlegging producties

– UWV aanvraag ontslagvergunning

– verweer tuchtzaak Raad van Discipline/Hof van Discipline, zelf beklaagde

– klacht tegen politieoptreden

– anticipatie exploot

– verzoek om onderzoekshandelingen ex art.182 SV

– teruggave inbeslag genomen goederen Sv

Voor verdere vragen over proceservaring en opleidingsverplichtingen zie de toelichting proceservaring en opleidingsverplichtingen.

 

5. Verlenging

Op grond van artikel 9b lid 2 Advocatenwet kan de raad van de orde de duur van de stage verlengen, indien de stagiaire niet over voldoende praktijk- en/of proceservaring beschikt. De Amsterdamse Orde heeft bepaald dat de stageperiode van stagiaires die niet over voldoende praktijk/proceservaring beschikken, verlengd wordt met zes maanden. Slechts bij hoge uitzondering zal de raad nadien nog de stageperiode verlengen. Zodra de stagiaire wel over voldoende praktijk- en/of proceservaring beschikt, wordt de stageverklaring uitgereikt.

Een verlenging kan worden aangevraagd door contact op te nemen met de Amsterdamse Orde. Het Bureau is dagelijks telefonisch bereikbaar van 9.00-12.30 en van 13.15-17.00 uur op telefoonnummer 020-5896000, per mail via orde@aova.nl of per fax via 020-5896001.

 

6. Vragen / verdere informatie

Heb je na het lezen van bovenstaande nog steeds vragen? Kijk dan op de FAQ van de Amsterdamse Orde of op de informatiepagina voor stagiares.